Afhankelijkheid machinebouwers en toeleveranciers mei 2020

ABN Amro schrijft in haar rapport “machinebouwer en toeleverancier; een gespannen huwelijk” over de wederzijdse afhankelijkheid en verbondenheid van deze 2 branchegroepen binnen de Metaal &Techniek. De conclusie is dat hechte relatie onder druk staat.

Zo’n 700 grote, internationaal opererende industriële machinebouwers in Nederland maken producten als chipmachines, medische apparatuur, verpakkingsmachines en melkrobots.

De bouwers zijn daarbij sterk afhankelijk van hun toeleveranciers aan wie ze een groot deel van hun productie uitbesteden. De toeleveranciers zijn relatief klein, vaak familiebedrijven met een omzet tussen de 3 en 50 miljoen euro.

De afvlakkende conjunctuur, de hoge ICT-investeringen die toeleveranciers moeten doen om het hele productieproces verder te digitaliseren en de toenemende macht van de machinebouwers zetten de relatie onder druk. Onderlinge verwachtingen gaan meer uiteen lopen, met scherpe discussies over kosten als gevolg.

Machinebouwers stellen dat ze te weinig meeprofiteren van afnemende productiekosten bij seriematige productie. Toeleveranciers willen op hun beurt eerder betaald krijgen voor de ontwerpkosten en niet pas wanneer ze – eventueel – mogen produceren.

Volgens ABN Amro is het cruciaal dat machinebouwers en de partijen in de hele toeleverketen blijven investeren in digitalisering: in nieuwe ICT-systemen voor digitaal ontwerpen, proces- en voorraadbeheersing, testen, track&trace, orderafhandeling en de financiële administratie. Alleen dan kunnen ze samen blijven concurreren met de buitenlandse spelers. De onbalans in schaalgrootte en winstmarge moet verminderd worden. Schaalgrootte is cruciaal voor de machinebouwer om nieuwe machines te kunnen ontwikkelen en wereldwijd te verkopen. Hiervoor heeft men wel succesvolle, slimme en financieel sterke toeleveranciers nodig.